Omslagafbeelding

De Nederlandse Republiek in beeld. Illustraties in de Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden, Het verheerlykt Nederland en vergelijkbare publicaties

Everhard Korthals Altes

Samenvatting


During the eighteenth century there appeared a very substantial illustrated historical-topographical description of the Republic, De Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden (The Current State of the United Netherlands, 23 vol., 1738-1803). Augmenting this was a richly illustrated serial publication, Het Verheerlykt Nederland (The Netherlands Exalted, 9 vol., 1745–1774). This article presents quantitative research into a number of basic but crucial questions regarding these publications. Which provinces featured most frequently? Were the cities the main focus of the illustrations, or did the countryside also receive some attention?

Which buildings were depicted? And how old were those buildings? By answering these questions and also comparing them with three antiquarian publications by, respectively, Ludolf Smids, Hugo Franciscus van Heussen, and Mattheus Brouërius van Nidek and Isaac Le Long, an attempt is made to discover what in those days was considered worth illustrating and why.

The article concludes with an exploratory study of the extent to which illustrations in eighteenth-century serial publications were consistent with or, conversely, differed from those in older historical- topographical publications. A related question is whether the illustrators relied on their own observations or on older depictions, or on both.

It is clear that of all the provinces Holland, the economic, political and cultural centre of the Republic, invariably received the lion’s share of attention. How ever, interest in the countryside and the urban periphery was on the rise, especially in comparison with the seventeenth century.

De Tegenwoordige Staat and Het Verheerlykt Nederland are located within the tradition of illustrated historical- topographical publications. The oldest Dutch examples featured pictures of only the most important religious and secular public buildings in a city, such as the main church and the town hall, but in the course of the seventeenth century the types of buildings illustrated expanded considerably. That trend continued in publications like De Tegenwoordige Staat and Het Verheerlykt Nederland. Although pictures of churches and town halls still figured prominently, other buildings like marketplaces, charitable institutions, (former) monasteries and abbeys, bastions, town gates, treelined canals, country houses and castles in the vicinity of the city were also frequently illustrated. Surprisingly, most of the buildings depicted in De Tegenwoordige Staat and Het Verheerlykt Nederland were quite old, dating back to the Middle Ages, while pictures of seventeenth- and eighteenth-century buildings were far rarer. The historical-topographical series differ little in this respect from comparable antiquarian publications. A building’s age must consequently have been an important criterion for both the publishers and the purchasers of historical-topographical works.


Volledige tekst:

PDF

Referenties


R. Stenvert en G. van Tussenbroek (red.), Inleiding in de bouwhistorie. Opmeten en onderzoeken van oude gebouwen, 3e dr., Utrecht 2015, 69-74.

D.J. de Vries, Bouwen in de Late Middeleeuwen. Stedelijke architectuur in het voormalige Over- en Nedersticht, Utrecht 1994, 21-49.

Het ‘testament’ van Adriaan Bommenee. Praktijkervaringen van een Veerse bouw- en waterbouwkundige uit de 18e eeuw (Werken uitgegeven door het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Weten­schappen deel 4), Middelburg 1988, 49.

Bommenee 1988 (noot 3), 50.

Historisch Centrum Overijssel (hco), archief Zwolle 700, inv.nr. 1207.

hco, archief Zwolle 700, inv.nr. 1207 (noot 5), 45-46. Voor de verwarring tussen vuren en grenen, zie: H. Janse, Bouwers en bouwen in het verleden. De bouwwereld tussen 1000 en 1650, Zaltbommel 1965, 45.

hco, archief Zwolle 700, inv.nr. 1207 (noot 5), 45: ‘den duim voor een stuver, dat is het stuck 16. stuvers welcke Bur­gemeester Tobias en Mr. Harms seijde seer goet koop te sijn en daer voor niet te konnen leveren, maer dat unde in Hollant voorden duim ribben reist vierkant en sunder wankants gesaegt ordinaris betaelde 9. duijts wair voor sij de selve alhijr oock verkopen genietend is allenich voor de vracht is haer winste doorgaens een duijt meer en daeren­boven dat avantagie dat unde in Hollant met een voet van 11. duim maet, en hijr van 12. duim welcke dan int quadraet gerekent tusschen een 5ten en 6ten part meerder uit brengt want 11. mael 11. maeck 121. en 12. mael 12 maeckt 144. behalve dat ick gelove dat het gene te Amsterdam op 4 duim vierkant gerekent wordt, alhyr omtrent op 4◊ duim 4 kant wordt gerekent, doch her wel weijnich van verscheelt, unde nochtans omtrent ¡ meer is.’

hco archief Zwolle 700, inv.nr. 1207 (noot 5), 46.

hco archief Zwolle 700, inv.nr. 1207 (noot 5), 51.

hco archief Zwolle 700, inv.nr. 1207 (noot 5), 51v.

‘Want op die 15. Merten 1671 hebben wij gekoft van eenen Peter Caspers 2112 voet van 5. uit de voet het hondert voor ß 10,- 1186 voet van 6. uit de voet het hondert voor ß 8,- en sijn dese plancken op den 17. Merte met ß 306-1- betaelt.

Bommenee 1988 (noot 3), 49.

Bommenee 1988 (noot 3), 62.

Ordonnantie ofte Reglement by d’Ed: Heeren Burger-Meesteren en Regeerdersder Stadt Dordrecht gemaackt, ende gearresteert, op ‘t Arbeydts- Loon van de zes Gesworen Leveriers van den Wezelzen Hout-Haack, Dordrecht 1688: Voor alle stukken hout, in grote of kleine kwan­titeit, zal per stuk betaald moeten worden, ‘Wel verstaande, dat van alle Vloten, die in ‘t geheel ofte half verkocht werden, van yder Stuck, soo groot als kleyn, betaalt sal werden ses stuyvers.’ ‘Van pareren en krammen van ‘t Wesels- hout/krommers/en Roeyen/ sal betaalt werden vier stuyvers per Stuck: wel verstaande, dat het selve hout, ‘t zy kleyn of groot, ten believen van den koopman, sal moeten werden gepareert op een Slick’ (volgen diverse locaties van ‘een Slick’, kennelijk een ondiepte in de wateren rond Dordrecht). De kosten voor inschepen met de kraan, voor het zagen per snee worden genoemd. De arbeiders mogen zich niet inlaten met koopprijzen, moeten wel voorzien zijn van drie goede ponten en het gereedschappen dat bij de schepen nodig is, dienen het hout van de kooplieden zodanig af te meren en vast te maken dat het niet vervreemdt. Ze moeten terstond handelen en de kooplieden ‘met respect bejegenen’. ‘De Leveriers uyt de pont komende, sullen gehouden wesen haar op ‘t Slick te vervoegen; een aan ‘t WilligenBosch; een aan de Ronte-Vest; en een aan ‘t krom-hout, opdat de koopluyden, die wat te Bearbeyden hebben haar niet behoeven te soecken.’

D.J. de Vries, ‘Een timmerman zal tot zijn proeve maken`’, Bulletin knob 108 (2009) 1, 32-47, hier 39.

Aangetroffen tijdens het bouwhistorisch onderzoek van Maarten de Graad in 2005.

Door A.E.M. Hanraets van ring Amersfoort, rapport 2004 (056), juli 2004.

Mogelijk de daksporen ook, ‘Item voerts zoe sal dit werck gespannen werdden met capravens ende sparren daer de basten al of ghescellet sullen sin [`]’. D.J. de Vries, ‘Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen. Bestek van een “Landt huys” uit 1539’, in: Boerenbedrijvigheid voortgang en behoud. Jaarboek Monumentenzorg, Zwolle/Zeist 2003, 202-211, m.n. 205 en 207 of met een uitbreiding over de opdrachtgever: D.J. de Vries, ‘Ein Bauvertrag von 1539 für “een scoen niew huijs int landt van Cromstrijen” in Holland’, in: Arbeitskreis für Hausforschung (Hrsg.), Wuppertal, das Bergische Land und der Hausbau im 19. Jahrhundert (Jahrbuch für Hausforschung Band 55), Marburg 2014, 215-226.

Bouwhistorisch onderzoek april 2004 met Delftse en Leidse studenten geas­sisteerd door W. Weve van de gemeente Delft. Dendrochronologisch onderzoek door A.E.M. Hanraets van ring Amersfoort, rapport 2004 (030).

G. van Tussenbroek, Historisch hout in Amsterdamse monumenten. Dendrochronologie – houthandel – toepassing (Publicatiereeks Amsterdamse Monumenten 3), Amsterdam 2012, 17.

Mogelijk in combinatie met een onderslagbalk kennen we zulke voorbeelden ook van de Oude Steen aan de Wollestraat in Brugge (mogelijk twaalfde-eeuws), zie H. Deneweth, J. D’hondt en L. Verdamme, De Oude Steen. Bouw- en bewoningsgeschiedenis van het huis nummer 29 aan de Wollestraat in Brugge (Leven in oude huizen 1), Zellik 1997, 55, en in baksteen het Deken Doyshuis in Deventer (1306) en Houtmarkt 42-44 in Zutphen (midden veertiende eeuw).

Zie onder meer in het nog te verschijnen Jahrbuch für Hausforschung Band 56 over Cluny.

Zoals is aangetroffen bij Ganzenmarkt 24 in Utrecht (1301d), B. Klück, ‘7. Ganzenmarkt 24’, in: Archeologische en Bouwhistorische Kroniek van de Gemeente Utrecht, Utrecht 1990, 34-52, hier 35.

Het zou interessant zijn om door middel van prijsvergelijking uit te zoeken welke winst de reductie van de muurdikte op­leverde ten opzichte van de meerprijs voor korbeelstellen en samengestelde balklagen.

Over de vorming van kromme takken bestaan verschillende ideeën, zie D. de Roon, ‘Dekbalkgebinten in woonhuizen van Noordwest-Nederland’, in: V. van Rossem, G. van Tussenbroek en J. Veerkamp (red.), Monumenten & Archeologie Amsterdam 10 (2011), 38-53, m.n. 42-43.

Met gebruik van twee oudere eiken balken die dateren uit 1560-1561, toegepast in het midden van de tweede verdieping waarvan er één een kogelinslag en een ‘vlotmerk’ vertoont. De naaldhouten balken konden door ring helaas niet worden gedateerd, maar er is wel vast­gesteld dat het twee keer om fijnspar (vuren)/larix en driemaal om grove den moet gaan.

Rapportage door Marta Domínguez-Delmás van ring Amersfoort, nr. 2013011, 5 maart 2013.

Dendrochronologisch gedateerd door B. Heußner in Petershagen. Het eikenhout is afkomstig uit Denemarken, terwijl één grenen reparatiebalk is toe­gevoegd met hout uit 1654 dat geveld werd in West-Zweden.

De zwaarste meet 25 x 17 cm, lichtere: 21 x 17 en 16 x 16,5 cm.

Rapport nr. 2008034, april 2008 door Marta Domínguez-Delmás van ring Amersfoort.

De Vries 1994 (noot 2), 235-240.

In de kap staan zowel gehakte als ge­sneden telmerken. In één moerbalk op de verdieping zijn kepen van kinderbinten te zien; het is niet duidelijk of het om het hergebruik van een oudere balk of om een veranderde opzet tijdens de uitvoering gaat.

Haverstraat 30 in Utrecht bijvoorbeeld telt ogenschijnlijk vier moerbalkvakken, maar de middenondersteuning wordt gerealiseerd door een dragende, halfsteens tussenmuur. Ver van elkaar verwijderd zijn daarom slechts twee kapspanten van ten dele hergebruikt eikenhout (spantbenen en korbelen), grenen dekbalk, flieringen en tweede gebint, voorzien van rondhouten sporen.

Dit fenomeen zie je ook in de Derde Uitleg van Amsterdam. De representatieve ruimte kreeg regelmatig een samengestelde balklaag van onbewerkt eiken, echter zonder constructief in het houtskelet te passen; de moerbalken liggen direct in de muur. Deze uitmonstering was puur voor de pronk. Vriendelijke mededeling van Gabri van Tussenbroek, Monumenten en Archeologie, Amsterdam.

Lezing van Maarten Enderman op 16 mei 2014 op bna studiedag Universiteit Leiden.

D.J. de Vries, ‘The appearance of trusses in the Low Countries’, in: S. Huerta (red.), Proceedings of the First International Congress on Construction History, Vol. iii, Madrid 2003, 2097-2105.

A. Wendt, Das Schloß zu Reinbek. Untersuchungen und Ausstattung, Anlage und Architektur eines landesherrlichen Schlosses, Neumünster 1994, 27-28.

Zie I.M. Breedveldt Boer, Plafonds in Nederland 1300-1800 (Restauratievademecum, Bijdrage 12), Den Haag 1991, 33-43.

Wendt 1994 (noot 37), 223.

Wendt 1994 (noot 37), 109.

D.F. Slothouwer, Bouwkunst der Nederlandsche Renaissance in Denemarken, Amsterdam 1924, 156.

Resp. D.J. de Vries, ‘Rake klappen in kappen’, Bulletin knob 106 (2007), 1-10, hier 9; de zolderdragende balklaag is van grenen. Zie ook E.D. Orsel, ‘De zeventiende-eeuwse kerkmeesterskamer’, in: E. den Hartog en J. Veerman, De Pieterskerk in Leiden. Bouwgeschiedenis, inrichting en gedenktekens, Zwolle 2011, 142-145, waar alleen de sporen van grenenhout zijn.

J. Buis, Historia Forestis. Nederlandse bosgeschiedenis, deel 1 en 2, Utrecht 1985, 199, 364-365, 591-592.




DOI: http://dx.doi.org/10.7480/knob.114.2015.4.1168



Copyright (c) 2016 Everhard Korthals Altes

Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.